recepten

Zoeken in alle recepten

Dubbeldekker met wortel

Brabantse worstenbroodjes

Bijgerecht
12 personen
170 min
Ingrediënten
  • - lauwwarm water (200 ml)
  • - tarwebloem (500 gram)
  • - instant gist (1 zakje)
  • - boter (50 gram)
  • - melk (100 ml)
  • - olie
  • - verse worst (500 gram)
  • - ei, losgeklopt (1 )
Bereidingswijze
  • 1 Meng in een kom de bloem met de gist en een theelepel zout.
  • 2 Smelt de boter.
  • 3 Voeg al roerend de gesmolten boter met de melk en het water toe.
  • 4 Meng alles tot een deeg en laat dit een kwartier staan.
  • 5 Vet het werkvlak in met een beetje olie en kneed hierop het deeg vijf tot tien minuten tot het soepel en elastisch is.
  • 6 Vorm het deeg tot een bal en leg deze terug in de kom.
  • 7 Dek af met huishoudfolie en laat het deeg een uur rijzen tot het volume verdubbeld is.
  • 8 Verdeel het deeg in gelijke stukken en druk ze op het werkvlak uit tot lapjes van tien bij twaalf cm.
  • 9 Knip het vel van de worst open en maak van het worstenvlees dunne worstjes van tien cm lang.
  • 10 Leg de worstjes op het deeg en klap het deeg over het worstje.
  • 11 Druk het deeg aan de lange kant dicht.
  • 12 Leg de worstenbroodjes op de bakplaat en dek ze af met een met bloem bestoven schone doek.
  • 13 Laat de broodjes nog een uur rijzen.
  • 14 Verwarm de oven voor op 220°C.
  • 15 Klop het ei los met wat zout.
  • 16 Bestrijk de worstenbroodjes met wat ei en schuif de bakplaat in de oven.
  • 17 Zet een schaaltje water onder in de oven.
  • 18 Bak de worstenbroodjes in maximaal twintig minuten goudbruin en gaar.
  • 19 Laat de broodjes op een rooster iets afkoelen.
Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.